In een uitspraak van 17 juni 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1397) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwogen dat, gelet op de definities van een “woonzorgboerderij” en “beschermd wonen” in het bestemmingsplan “Broekseweg 68”, cliënten met een zwaardere zorgindicatie niet in een woonzorgboerderij mogen wonen. Deze uitspraak is zeer interessant, omdat dit voor gemeenten aanknopingspunten biedt om vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening te bepalen of individuen afhankelijk van de ernst van de zorgindicatie op een aangewezen locatie mogen wonen.

Wat is het plan?

Het plan voorziet in de omzetting van een woonboerderij aan de Broekseweg 68 te Meerkerk in een woonzorgboerderij met 12 wooneenheden voor maximaal 12 personen. BijBram B.V. wil in de woonzorgboerderij zorg en begeleiding bieden aan volwassenen met psychische of psychosociale problemen.

Wat zegt het bestemmingsplan?

Om het plan te kunnen realiseren, heeft de raad van de gemeente Vijfheerenlanden aan het plangebied de bestemming “Maatschappelijk” en de functieaanduiding “zorgboerderij” toegekend.

In artikel 3, lid 3.1, aanhef en onder d, van de planregels wordt vermeld dat de voor “Maatschappelijk” aangewezen gronden met de aanduiding : zorgboerderij” uitsluitend bestemd zijn voor een woonzorgboerderij ten behoeve van beschermd wonen met maximaal 12 wooneenheden.

In artikel 1, lid 1.45, van de planregels wordt “een woonzorgboerderij” gedefinieerd als:

“een voormalige boerderij – inclusief bijbehorende gebouwen – met wooneenheden, bestemd voor beschermd wonen, die niet via de reguliere woningdistributie beschikbaar komen, maar waarvan de bewoner(s) vanwege hun beperkte zelfredzaamheid vanaf aanvang van bewoning op basis van een ter zake van overheidswege gehanteerd systeem zijn geïndiceerd voor zorg, die op oproepbasis beschikbaar is in de nabijheid van die woning of wooneenheid en welke zorg door die bewoner(s) ook daadwerkelijk wordt afgenomen.”

In artikel 1, lid 1.15, van de planregels wordt “beschermd wonen” gedefinieerd als:

“wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.”

In de nota van zienswijzen is vermeld dat personen die in een ernstige psychiatrische crisis verkeren, niet worden toegelaten in de woonzorgboerderij.

Wat zegt de uitspraak?

Appellanten wonen in de omgeving van het plangebied. Zij betogen dat het plan in ruimere mogelijkheden voorziet dan is beoogd. Zij vrezen dat personen die in een ernstige psychiatrische crisis verkeren volgens de planregels toch kunnen worden toegelaten in de woonzorgboerderij.

Mijns inziens komt deze stelling van appellanten niet vreemd voor als ik de definitie van “beschermd wonen” zie.

De raad stelt echter dat artikel 1, lid 1.15, van de planregels, gelet op de formulering van artikel 3, in samenhang dient te worden gelezen met artikel 1, lid 1.45 van de planregels. Uit de woorden “zorg, die op oproepbasis beschikbaar is” uit artikel 1, lid 1.45, van de planregels kan volgens de raad worden afgeleid dat geen zwaardere gevallen kunnen worden toegestaan. Daarvoor dient volgens de raad immers 24-uurs zorg aanwezig te zijn en daarvan is geen sprake in een woonzorgboerderij waar zorg op oproepbasis wordt verleend. De raad concludeert dan ook dat cliënten met een zwaardere zorgindicatie daarmee worden uitgesloten.

De Afdeling neemt deze redenering over.

Wat kan hiervan worden geleerd?

Zoals ik in de inleiding heb opgemerkt, is deze uitspraak zeer interessant, omdat dit voor gemeenten aanknopingspunten biedt om vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening te bepalen of individuen afhankelijk van de ernst van de zorgindicatie op een aangewezen locatie mogen wonen.

Die aanknopingspunten zijn in deze situatie:

  • het gebruik van de definities in de gebruiksvoorschriften, zodat de samenhang tussen de definities en de gebruiksvoorschriften wordt onderstreept;
  • de expliciete toevoeging van de woorden “zorg, die op oproepbasis beschikbaar is” om te benadrukken dat 24-uurs zorg en daarmee de opvang van cliënten met een zwaardere zorgindicatie is uitgesloten.

Hiermee biedt deze uitspraak echter ook meteen aanknopingspunten voor plannen waarbij 24-uurs zorg of een combinatie van 24-uurs zorg en zorg op oproepbasis gewenst zijn. In die situaties zou ik adviseren om sowieso de woorden “zorg, die op oproepbasis beschikbaar is” te schrappen.