De handen aan het bed, de vriendelijke hulp aan onze ouderen, de enorme panden waarin de zorg verleend wordt… Iedereen heeft er wel een beeld bij. Maar wat zit er nu áchter die zorg, achter deze grote panden waardoor iedereen er veilig en onbezorgd kan verblijven?

Onze ouderen en met name de minder zelfredzame ouderen hebben meer nodig dan de dagelijkse verzorging. Zaken die we allemaal als vanzelfsprekend achten, zoals een waterdicht dak boven hun hoofd, warmte en licht in de kamer, een koelkast die het altijd doet… Dat zijn de meest voor de hand liggende zaken. Maar weet u ook waarom er halverwege de gangen vaak van die grote deuren zitten? En waarom sommige mensen zich druk maken als er karren, stoelen of andere zaken voor die grote deuren worden geplaatst?

Waarom maken sommige mensen zich druk als er karren, stoelen of andere zaken voor die grote deuren worden geplaatst?

Het antwoord is simpel: deze deuren voorkomen bij brand dat het vuur zich snel door het pand uitbreidt. Ze zijn vaak voorzien van een kleefmagneet om ze onder normale omstandigheden open te houden en een deurdranger om ze zelf te laten sluiten bij brand. Blokkeren medewerkers zo’n deur met een kar of stoel om hem geforceerd open te houden, dan zal deze bij brand niet automatisch sluiten.

Deze zogeheten compartimenteringspuien zijn een onderdeel van de brandscheiding. Deze deelt een groot gebouw op in kleinere stukken (compartimenten), zodat bij een brand niet meteen een hele verdieping of zelfs het hele pand vol met rook of in brand komt te staan. De deuren zijn een van de weinige zichtbare onderdelen van de bouwkundige brandscheiding. Ruim 90% van deze voorzieningen is verwerkt in wanden, plafonds en schachten. Ze worden aangestuurd door de installatietechnische voorziening, die brand detecteert, het brand- en ontruimingsalarm start en de veiligheidscomponenten, zoals het sluiten van de compartimenteringspuien, aanstuurt.

Ruim 90% van de voorzieningen voor brandscheiding is verwerkt in wanden, plafonds en schachten

De brandscheiding stelt de Bedrijfshulpverlening (BHV) in staat om op een veilige manier mensen uit een brandend compartiment te ontruimen. De mensen in het aangrenzende compartiment zijn naargelang de zwaarte van de bouwkundige voorziening 30 tot 60 minuten veilig en kunnen op kalme wijze worden verplaatst naar veilige locaties binnen of buiten het pand.

Maar wat als er bij werkzaamheden aan het pand bijvoorbeeld kabels of leidingen tussen twee compartimenten worden gelegd en hiervoor gaten in de scheidingswand worden gemaakt? Als er dan brand uitbreekt breidt het vuur zich genadeloos uit naar het andere compartiment en kan de BHV de bewoners niet tijdig in veiligheid brengen.

Daarom moeten zorgorganisaties de brandscheiding regelmatig laten inspecteren. En zo’n inspectie is geen kwestie van ‘een rondje door het pand lopen en de deuren testen’. Een inspectie moet door een gecertificeerd onderhoudsspecialist en een brandtechnisch inspecteur worden uitgevoerd. Zij controleren aan de hand van de bestaande brandscheidingstekeningen letterlijk overal of deze scheiding nog intact is en stellen hier een rapport van op. Eventuele gebreken en tekortkomingen moeten worden hersteld. En dat is niet alleen arbeidsintensief – er moet op moeilijk bereikbare plaatsen gewerkt worden -, maar ook privacygevoelig. Ook in de kamers van de bewoners moet immers gewerkt worden. Het plafond of de wand moet bijvoorbeeld geopend worden, iets wat de verzorging en het welzijn van de bewoner tijdelijk beïnvloedt.

Zo’n inspectie is geen kwestie van ‘een rondje door het pand lopen en de deuren testen’

Kortom: een dergelijk proces vraagt een erg goede voorbereiding, planning en communicatie met zowel de bewoners als hun verzorgers. Daarnaast moeten de door de gemeente en brandweer verleende vergunningen ook gecontroleerd worden. Als deze door nieuwe inzichten of ander gebruik van het pand niet meer voldoen, moeten er nieuwe bouwkundige tekeningen worden gemaakt en vergunningen opnieuw worden aangevraagd.